4 gedragsmodellen in gezondheidscommunicatie
Gezondheidscommunicatie bestaat voor een groot deel uit het voorkomen van ongezond gedrag dan wel het aanmoedigen van gezond gedrag. Maar wie gedrag wil voorkomen of aanmoedigen moet allereerst weten welke keuzes voorafgaan aan het gewenste of ongewenste gedrag. Er zijn tientallen modellen die gedrag kunnen verklaren of voorspellen. Ik bespreek in dit artikel vier modellen die je voor allebei kunt gebruiken. De modellen zijn geordend van overzichtelijk naar complex.
Health-Belief model
Het health-belief model zegt dat de kans dat mensen gezond gedrag overnemen (bijvoorbeeld na doktersadvies) afhankelijk is van de perceptie die de persoon heeft van de ernst van de situatie en het geloof dat de persoon heeft in de geboden oplossing. De perceptie van de ernst van de situatie is afhankelijk van de gevoeligheid van de persoon voor de diagnose die de dokter stelt en de verwachte impact die een slechte afloop heeft op het leven van de persoon. Het geloof dat de persoon heeft in de geboden oplossing is afhankelijk van de mate waarin de persoon voordelen en nadelen ziet in het beoogde gedrag.
Als voorbeeld gebruik ik iemand die bij de tandarts te horen krijgt dat hij vaker moet poetsen om een gezond gebit te behouden. Of de persoon vaker zijn tanden gaat poetsen is afhankelijk van de volgende variabelen:
- De mate waarin de persoon inziet dat zijn gebit in slechte conditie is
- In hoeverre hij het als een probleem ziet om een slecht gebit te hebben.
- In hoeverre de persoon het vaker poetsen van zijn tanden als een uitvoerbare optie ziet.
Protection Motivation Theory
De Protection Motivation Theory is geen model maar een theorie die het gedrag voorspelt vanuit vier factoren. Factoren die grofweg overeenkomen met de determinanten van het Health Belief model maar dan zonder volgorde. Dit zijn de volgende factoren: De perceptie van de ernst van de dreiging. De mate waarin de persoon vatbaar denkt te zijn voor de dreiging. De mate waarin de persoon denkt dat het beoogde gedrag zijn problemen op gaat lossen. De mate waarin de persoon denkt het beoogde gedrag ook daadwerkelijk uit te kunnen voeren.
Kijken we naar het voorbeeld van de persoon met het slechte gebit dan zal de persoon de volgende afwegingen maken:
- Is een slecht gebit echt wel zo erg als dat de tandarts zegt?
- Vind ik het erg om een slecht gebit te hebben?
- Gaat het vaker poetsen van mijn tanden het probleem wel echt oplossen?
- Ben ik in staat om vaker mijn tanden te gaan poetsen?
Theory of Reasoned Action
De theory of reasoned action verklaart het gedrag van iemand aan de hand van de persoonlijk attitude van de persoon richting het beoogde gedrag en de attitude van zijn sociale omgeving richting het beoogde gedrag. In tegenstelling tot de eerdere modellen neemt deze theorie dus ook de mening van anderen mee in het model. Omdat het hier gaat om een optelsom kunnen we dit model noteren als een formule:
Gedrag = De persoonlijke attitude(w) + Perceptie van de sociale attitude(w).
Hierbij staat w voor de weging van de attitude. Als iemand weinig belang hecht aan de mening van zijn sociale omgeving zal deze determinant minder meespelen. In dit model stelt de jongen zich de volgende vragen:
- Vind ik dat ik gezien de omstandigheden vaker mijn tanden moet poetsen?
- Vind mijn omgeving dat ik gezien de omstandigheden vaker mijn tanden moet poetsen?
The Theory of Planned Behaviour
De bovenstaande Theory of Reasoned Action is het meest gebruikte model in de sociale psychologie om gedrag te voorspellen of te verklaren. Toch zegt de literatuur dat The Theory of Planned Behaviour een beter model is. Deze theorie voegt een extra element toe aan de formule. Die is namelijk nu als volgt:
Gedrag = De persoonlijke attitude(w) + Perceptie van de sociale attitude(w) + De uitvoerbaarheid van het gedrag(w)
Net zoals bij het tweede model zien we ook hier dat de perceptie van de uitvoerbaarheid meespeelt. In dit model gaat het om de eigen perceptie van de uitvoerbaarheid, maar ook de perceptie van de sociale omgeving. De persoon in kwestie vraagt zich dus af of het nieuwe gedrag uitvoerbaar is, maar ook om de vraag of zijn omgeving denkt dat het gedrag uitvoerbaar is. Deze theorie komt tot de volgende vragen:
- Vind ik dat ik gezien de omstandigheden vaker mijn tanden moet poetsen?
- Vind mijn omgeving dat ik gezien de omstandigheden vaker mijn tanden moet poetsen?
- Denk ik dat ik vaker mijn tanden kan poetsen?
- Denkt mijn omgeving dat ik vaker mijn tanden kan poetsen?
Conclusie
In dit artikel schets ik vier modellen of theorieën die nauwelijks van elkaar verschillen. Toch geven ze een goede indruk van de determinanten die het gedrag voorspellen en verklaren. Iedereen die in zijn werk bezig is met het voorspellen, verklaren of veranderen van gedrag zou deze determinanten moeten kennen om tot een echt goed gegronde analyse te kunnen komen.
Wil je meer informatie over dit onderwerp? Stuur mij dan een mailtje. Wil je op de hoogte blijven van nieuwe artikelen op dit blog? Abonneer je dan op de RSS-feed.
Bronnen
- Godin, G. (1994). Social-coginitive models. In R. K. Dishman (Ed.), Advances in exercise adherence (pp. 113-117. 119-122, 126-129). Champaign: IL: Human Kinetics


Dat is een interessante samenvaating, Rico. Precies wat ik zocht voor een opdracht die ik afgelopen week kreeg
Kun je mij een scan van het artikel mailen?
Leave your response!